ECLI:NL:PHR:2008:BD7480
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Werkgeversaansprakelijkheid bij verkeersongeval tijdens werkgerelateerd vervoer tussen vestigingen
In deze zaak vordert een verkoopmedewerkster een verklaring voor recht dat haar werkgever, Febo, aansprakelijk is voor schade en letsel door een verkeersongeval tijdens een rit tussen vestigingen. De werknemer was op verzoek van de werkgever met een ter beschikking gestelde auto onderweg van de vestiging Gorinchem naar Tiel toen het ongeval plaatsvond.
De rechtbank wees de vordering af omdat het vervoer werd aangemerkt als woon-werkverkeer. Het hof bevestigde echter dat het ging om werkgerelateerd vervoer omdat de werknemer eerst op de vestiging Gorinchem moest zijn en vervolgens met een auto van een zusteronderneming naar Tiel reed. De Hoge Raad stelt dat de werkgever een zorgplicht heeft om een behoorlijke verzekering af te sluiten en dat de werkgever moet aantonen dat een dergelijke verzekering bestaat en de werknemer daar aanspraak op kan maken.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof omdat het niet voldoende heeft vastgesteld of er sprake is van een behoorlijke verzekering. De zaak wordt verwezen voor nader onderzoek naar de dekking van de verzekering en de naleving van de zorgplicht. Tevens wordt bevestigd dat het onderscheid tussen woon-werkverkeer en werkgerelateerd vervoer feitelijk moet worden beoordeeld en dat de werkgever aansprakelijk kan zijn bij werkgerelateerd vervoer.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen voor nader onderzoek naar de verzekering en de naleving van de zorgplicht van de werkgever.