ECLI:NL:PHR:2008:BD7590
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voorlopige machtiging bij vrijwillige opname psychiatrisch ziekenhuis
Betrokkene was vrijwillig opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. De officier van justitie verzocht om een voorlopige machtiging om het verblijf voort te zetten, omdat betrokkene geen blijk gaf van de nodige bereidheid tot opname en behandeling. De rechtbank verleende de machtiging voor zes maanden, stellende dat betrokkene door haar psychotische stoornis gevaar voor zichzelf oplevert en onregelmatig medicatie gebruikt.
Betrokkene stelde zich op het standpunt dat zij vrijwillig wilde blijven en dat het verzoek daarom moest worden afgewezen. De behandelend arts betoogde dat de bereidheid wisselvallig en onvoldoende was vanwege het ontbreken van ziekte-inzicht. De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van de rechtbank over het ontbreken van de nodige bereidheid niet in cassatie kan worden herzien, omdat dit een feitelijke beoordeling betreft.
De Hoge Raad concludeerde dat de voorlopige machtiging terecht is verleend en verwierp het cassatieberoep. Er was voldoende gemotiveerd dat de stoornis van betrokkene gevaar oplevert en dat de bereidheid tot vrijwillig verblijf ontbrak.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de voorlopige machtiging ondanks vrijwillige opname.