ECLI:NL:PHR:2008:BD7809
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de toevoeging van een raadsman bij afwezigheid van verdachte in hoger beroep
In deze zaak stond de verdachte terecht in hoger beroep voor het opzettelijk gebruik van vals geschrift. De voorlopige hechtenis van de verdachte was bevolen en er was een raadsman aan hem toegevoegd. De raadsman gaf aan geen contact meer te hebben met de verdachte en wenste hem niet langer bij te staan. De verdachte was niet aanwezig bij de terechtzitting in hoger beroep.
De verdachte stelde dat het onderzoek nietig was omdat het hof niet ambtshalve een opvolgend raadsman had toegevoegd, zoals vereist in art. 41 Sv Pro wanneer een verdachte geen raadsman heeft. De Hoge Raad oordeelde dat de enkele mededeling van de raadsman dat zij de verdachte niet langer bijstaat niet gelijkstaat aan het ontbreken van een raadsman. De toevoeging eindigt daardoor niet automatisch.
Het hof had ambtshalve een last gegeven tot toevoeging van een raadsman en handelde daarmee volgens de wettelijke voorschriften. De Hoge Raad verwierp het middel en bevestigde dat het hof niet verplicht was de zaak te schorsen of een nieuwe toevoeging te verlenen. De verdachte was vrij om zichzelf te verdedigen of contact te onderhouden met zijn raadsman. De klacht faalde en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatiemiddel wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.