ECLI:NL:HR:2008:BC6813
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afstand van recht op advocaat bij voortzetting zaak buiten aanwezigheid raadsman
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor afpersing, overtreding van de vuurwapenverordening en handelen in strijd met de landsverordening verdovende middelen. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep was de raadsman van de verdachte niet aanwezig, maar de verdachte gaf uitdrukkelijk aan de behandeling zonder zijn advocaat te willen voortzetten. Het Hof nam dit terecht aan als afstand van het recht op bijstand van een raadsman en vervolgde de behandeling zonder nader onderzoek naar de reden van afwezigheid van de raadsman.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het vonnis. De Hoge Raad bevestigde dat het Hof niet verplicht was de zaak aan te houden of nader onderzoek te doen naar de afwezigheid van de raadsman, omdat de verdachte zelf afstand had gedaan van zijn recht op bijstand. De klacht hierover faalde dan ook.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, wat leidde tot strafvermindering. De opgelegde gevangenisstraf werd verminderd van vier jaar naar drie jaar en tien maanden. Het cassatieberoep werd voor het overige verworpen en de zaak werd terugverwezen voor hernieuwde berechting op het bestaande beroep.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd tot drie jaar en tien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn; het overige cassatieberoep werd verworpen.