ECLI:NL:PHR:2008:BE9082
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voorlopige machtiging op grond van gevaar bij psychiatrische stoornis
In deze zaak heeft de officier van justitie een voorlopige machtiging gevraagd voor opname van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis vanwege een waanstoornis die gevaar veroorzaakt. De rechtbank heeft deze machtiging verleend voor zes maanden, stellende dat betrokkene zichzelf ernstig zal verwaarlozen en maatschappelijk te gronde zal gaan.
Betrokkene heeft tegen deze beslissing cassatie ingesteld, stellende dat haar wens om naar Rusland te vertrekken geen reden is voor vrijheidsbeneming. De Hoge Raad overweegt dat niet ieder denkbeeldig gevaar relevant is voor vrijheidsbeneming, maar dat het gevaar moet worden afgewogen tegen het belang van persoonlijke vrijheid en proportioneel moet zijn.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank voldoende heeft gemotiveerd dat het gevaar niet slechts theoretisch is, mede gelet op eerdere ervaringen van betrokkene met zwerven in Rusland en het ontbreken van een steunsysteem. De wens om te zwerven wordt gezien als een gevolg van de stoornis. De cassatie wordt verworpen omdat de motivering voldoet aan de wettelijke eisen en de feitenwaardering niet in cassatie kan worden getoetst.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de voorlopige machtiging tot opname wordt bevestigd.