ECLI:NL:PHR:2008:BE9597
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn in cassatieprocedure
In deze zaak is het arrest van het Gerechtshof Amsterdam uit 2001 bevestigd, waarbij verdachte veroordeeld werd tot onbetaalde arbeid wegens diefstal met braak en inklimming. Verdachte stelde cassatieberoep in, maar deed dit buiten de termijn, wat aanvankelijk tot niet-ontvankelijkheid zou leiden. De overschrijding van de termijn was echter te wijten aan vertraging binnen het justitieapparaat, waardoor de Hoge Raad verdachte ontvankelijk verklaarde.
Vervolgens werd de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase vastgesteld: tussen het arrest in 2001 en de betekening in 2006 verstreken ruim vier jaar, zonder dat het OM voldoende voortvarendheid betrachtte. De Hoge Raad bevestigde dat deze overschrijding niet tot niet-ontvankelijkheid van het OM leidt, maar tot strafvermindering.
De Hoge Raad stelde voor de straf met zestig uur onbetaalde arbeid te verminderen, aanvullend op de reeds door het hof toegepaste vermindering wegens voorarrest. Andere gronden voor vernietiging van het arrest werden niet aangetroffen. De conclusie strekt tot vernietiging van het arrest voor zover het de strafoplegging betreft, met strafvermindering en verwerping van het beroep voor het overige.
Uitkomst: De straf wordt verminderd met zestig uur onbetaalde arbeid wegens overschrijding van de redelijke termijn.