ECLI:NL:PHR:2008:BE9805
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het recht op een eerlijk proces bij taalbarrière en bewijsvoering in verzekeringszaak
De verdachte werd door het Gerechtshof veroordeeld wegens het niet verzekerd hebben van een motorrijtuig op een openbare weg. Hij stelde in cassatie dat zijn Europese rechten, waaronder het recht op een eerlijk proces, waren geschonden omdat het hof weigerde een in het Engels opgesteld document met zijn verdediging te aanvaarden.
Het hof oordeelde dat het verweer van de verdachte onvoldoende duidelijk en aannemelijk was geworden, mede omdat de verdachte de inhoud van het document niet mondeling toelichtte, ondanks de aanwezigheid van een tolk. De Hoge Raad bevestigde dat het recht op een eerlijk proces niet vereist dat het hof schriftelijke stukken in een vreemde taal zonder vertaling moet aanvaarden, zolang de verdachte zich mondeling kan verdedigen met tolkbijstand.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet verplicht was een inhoudelijk onderzoek te doen naar het schriftelijke verweer dat niet mondeling werd toegelicht. Het oordeel van het hof dat het verweer onvoldoende duidelijk was, was niet onbegrijpelijk. Daarmee werd het cassatieberoep verworpen en bleef de veroordeling in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling blijft gehandhaafd.