ECLI:NL:PHR:2008:BE9995
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over kennelijk onredelijk ontslag en wettelijke rente bij langdurig zieke werknemer
De zaak betreft een werknemer die na langdurige arbeidsongeschiktheid bij zijn werkgever, Bonna Vianen B.V., werd ontslagen. De werknemer vorderde een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag. De rechtbank oordeelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was en kende een vergoeding van €10.000 toe. Het hof bevestigde dit oordeel en veroordeelde Bonna tevens tot betaling van wettelijke rente vanaf het vonnis.
De Hoge Raad behandelt in cassatie meerdere klachten van de werknemer, waaronder de hoogte van de vergoeding, de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid en de wens tot werkhervatting. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het ontslag kennelijk onredelijk is, maar dat de beoordeling van de hoogte van de vergoeding en de omstandigheden adequaat is geweest.
Een belangrijk punt betreft de wettelijke rente. De Hoge Raad stelt dat de rente over de schadevergoeding verschuldigd is vanaf de dag van dagvaarding en vernietigt het arrest voor zover het de wettelijke rente betreft. De zaak wordt door de Hoge Raad zelf afgedaan door toewijzing van de wettelijke rente vanaf 13 februari 2004 tot aan de dag van voldoening.
De uitspraak bevestigt dat bij kennelijk onredelijk ontslag alle omstandigheden in onderlinge samenhang moeten worden meegewogen en dat de wettelijke rente over de schadevergoeding vanaf het moment van dagvaarding verschuldigd is, ook als het oordeel van kennelijke onredelijkheid later wordt vastgesteld.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de wettelijke rente toe vanaf de dag van dagvaarding en bevestigt de schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag.