ECLI:NL:PHR:2008:BF0079
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor onbevoegd gebruik van kastval in beschermd jachtgebied
Op 15 november 2003 werd verdachte samen met een ander aangehouden op een bosperceel in de gemeente Ede, waar zij zonder gegronde reden een kastval gebruikten om beschermde dieren te vangen. Het Hof stelde vast dat het terrein deel uitmaakt van een boscomplex met diverse beschermde inheemse diersoorten en dat het terrein geschikt is voor de uitoefening van de jacht, waardoor het als 'veld' in de zin van de Flora- en faunawet moet worden aangemerkt.
De verbalisanten constateerden dat het terrein gedeeltelijk omheind was met een lage afrastering waarover wilde dieren konden springen en dat het toegangshek openstond. Verdachte betoogde dat hij zich in zijn eigen tuin bevond en dat dit geen 'veld' was, maar dit verweer werd door het Hof verworpen omdat het terrein in open verbinding stond met het omliggende bos en daarmee als jachtgebied moest worden beschouwd.
Verdachte gaf toe eigenaar te zijn van de kastval en dat hij deze gebruikte om wilde zwijnen te vangen, wat niet was toegestaan. Het Hof veroordeelde verdachte voor medeplegen van overtreding van artikel 16 lid 2 van Pro de Flora- en faunawet en legde een geldboete van €1500,- op, subsidiair dertig dagen hechtenis. Het beroep van verdachte werd door de Hoge Raad verworpen, waarmee het arrest van het Hof in stand bleef.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €1500,- subsidiair dertig dagen hechtenis voor het onbevoegd gebruik van een kastval in een jachtgebied.