ECLI:NL:PHR:2008:BF0748
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor deelname aan samenscholing op Koninginnedag in Rotterdam
Op 30 april 2005 vond in Rotterdam tijdens Koninginnedag een situatie plaats waarbij verdachte werd aangehouden wegens deelname aan een samenscholing op grond van artikel 2.1.1 lid 1 van de APV Rotterdam. De politie had op basis van eerdere ervaringen, camerabeelden en waarnemingen een vermoeden dat een groep, waarvan verdachte deel uitmaakte, de openbare orde wilde verstoren.
De verdediging voerde aan dat er geen sprake was van een concrete en feitelijke dreiging, dat de aanhouding preventief en onrechtmatig was en dat het OM niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Diverse verklaringen van politieambtenaren en getuigen werden aangevoerd om het ontbreken van dreiging te onderbouwen. Het hof oordeelde echter dat uit de gedragingen van de groep en de rol van verdachte als centrale figuur een redelijke verdenking van samenscholing kon worden afgeleid.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en stelt dat het begrip samenscholing juist is toegepast in de zin van de APV Rotterdam en artikel 186 Sr Pro. Het hof mocht de bewijsmiddelen, waaronder processen-verbaal en verklaringen van verbalisanten, gebruiken om de bewezenverklaring te dragen. Het optreden van politie en OM was niet disproportioneel of onrechtmatig. Het beroep op niet-ontvankelijkheid van het OM wordt verworpen en de veroordeling tot een geldboete van 90 euro blijft in stand.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld voor deelname aan samenscholing en krijgt een geldboete van 90 euro opgelegd.