ECLI:NL:PHR:2008:BF2107
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt tenuitvoerleggingsbeslissing wegens overlijden veroordeelde
De Rechtbank te Groningen verleende verlof tot tenuitvoerlegging van een Portugese gevangenisstraf van drie jaar tegen de veroordeelde, waarbij de in Portugal en Nederland doorgebrachte detentietijd in mindering werd gebracht. De Officier van Justitie stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing.
Naar aanleiding van een verzoek van de Portugese autoriteiten tot overname van de tenuitvoerlegging werd de veroordeelde in februari 2008 naar Nederland overgebracht en voorlopig aangehouden. In juni 2008 werd de griffie van de Hoge Raad telefonisch geïnformeerd dat de veroordeelde was overleden, hetgeen werd bevestigd door een akte van overlijden uit Enschede.
De Hoge Raad oordeelde dat door het overlijden van de veroordeelde de grondslag voor het verzoek tot tenuitvoerlegging en de daarop berustende vordering van het Openbaar Ministerie is komen te vervallen. Op grond van de toepasselijke wetsartikelen kan de Hoge Raad de zaak zelf afdoen na vernietiging van het bestreden vonnis.
De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte ertoe dat het bestreden vonnis wordt vernietigd en dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn vordering tot tenuitvoerlegging.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het verlof tot tenuitvoerlegging en verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk wegens overlijden van de veroordeelde.