ECLI:NL:PHR:2008:BF3181
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring OM wegens overschrijding redelijke termijn niet houdbaar
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro.
De procedure in eerste aanleg duurde ruim 34 maanden en in hoger beroep ruim 59 maanden, totaal circa 7 jaar en 10 maanden. Het hof oordeelde dat deze termijnoverschrijding uitzonderlijk was en dat het belang van de verdachte bij verval van het recht tot vervolging moest prevaleren boven het belang van de samenleving bij normhandhaving.
De Hoge Raad stelt dat sinds het arrest van 17 juni 2008 overschrijding van de redelijke termijn niet meer leidt tot niet-ontvankelijkheid van het OM, ook niet in uitzonderlijke gevallen. Dit is een wijziging van procesrechtelijke aard die ook geldt voor lopende zaken. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling.
De Hoge Raad benadrukt dat deze beslissing geen oordeel inhoudt over de strafwaardigheid van het feit en dat civielrechtelijke aansprakelijkheid onverlet blijft. Tevens wordt gewezen op de belangenafweging tussen het belang van de verdachte en de samenleving, waarbij in deze zaak de ernst van de feiten en het maatschappelijk belang normhandhaving groot zijn.
De conclusie is dat de niet-ontvankelijkverklaring wegens overschrijding van de redelijke termijn niet langer toelaatbaar is en dat de zaak opnieuw moet worden behandeld door het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting omdat niet-ontvankelijkheid wegens termijnoverschrijding niet langer is toegestaan.