ECLI:NL:PHR:2008:BF3301
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling deelname criminele organisatie en heling met strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn
Verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf wegens deelname aan een criminele organisatie die zich bezighield met ramkraken en heling. Daarnaast werd hij veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan de benadeelde partij. Het hof stelde vast dat verdachte onder meer zijn auto ter beschikking stelde voor de ramkraken, als heler en bemiddelaar fungeerde en betrokken was bij de verkoop van gestolen goederen.
De verdediging voerde onder meer aan dat de periode van bewezenverklaring moest worden ingekort en dat de strafoplegging binnen een redelijke termijn moest plaatsvinden. De Hoge Raad oordeelde dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, mede doordat de stukken met aanzienlijke vertraging werden ingediend. Dit leidde tot een strafvermindering van zeven maanden.
De overige middelen van cassatie, waaronder klachten over de bewijsvoering en strafmotivering, werden verworpen. De Hoge Raad vond de bewijsvoering en motivering van het hof voldoende onderbouwd, ook ten aanzien van de rol van verdachte als heler en de aard van de gestolen goederen. De strafmotivering werd niet als innerlijk tegenstrijdig beoordeeld.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en bepaalde dat het beroep voor het overige werd verworpen. Hiermee bevestigde de Hoge Raad de veroordeling, maar corrigeerde de straf wegens de overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de gevangenisstraf met zeven maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn, bevestigt de veroordeling voor deelname aan een criminele organisatie en heling.