ECLI:NL:PHR:2008:BF3310
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplegen moord ondanks onwetendheid over wapenbezit
Op 16 maart 2004 werd het slachtoffer te Eindhoven opzettelijk en met voorbedachten rade door verdachte en zijn medeverdachte van het leven beroofd door meerdere schoten, waaronder in het hoofd. Het hof oordeelde dat verdachte medepleger was, omdat hij samen met zijn medeverdachte het plan had voorbereid en uitgevoerd, en ondanks dat hij niet wist dat een vuurwapen aanwezig was, hij niet is gestopt toen hij dit zag en actief heeft bijgedragen.
De verdediging voerde aan dat verdachte slechts het slachtoffer wilde bedreigen en mishandelen, en niet wist van het vuurwapen, waardoor geen sprake zou zijn van medeplegen. Het hof verwierp dit, stellende dat verdachte bewust en nauw samenwerkte, zich niet distantieerde toen het vuurwapen werd getoond, en zelfs na de eerste schoten bleef deelnemen.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en benadrukte dat medeplegen een bewuste en nauwe samenwerking vereist, die ook stilzwijgend kan zijn. Het niet distantiëren van de situatie en gedragingen na afloop kunnen dit bewijzen. De Hoge Raad oordeelde dat verdachte willens en wetens de kans aanvaardde dat het vuurwapen gebruikt zou worden met dodelijke afloop.
Daarnaast werd opgemerkt dat de redelijke termijn in cassatie was overschreden, wat tot strafvermindering moet leiden. Verder werden geen andere gronden voor vernietiging van de uitspraak gevonden. De conclusie strekt tot vernietiging van de strafoplegging en vermindering daarvan, met verwerping van het beroep voor het overige.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld voor medeplegen van moord met een gevangenisstraf van twaalf jaar, met strafvermindering wegens termijnoverschrijding.