ECLI:NL:PHR:2008:BF3839
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep tegen beschikking inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
In deze zaak heeft de Rechtbank Zwolle op 21 februari 2007 het verzoek van betrokkene afgewezen om hem te bevrijden van de betalingsverplichting ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel dan wel deze verplichting te matigen op grond van art. 577b Sv.
Betrokkene stelde hiertegen cassatie in. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is omdat het beroep zich richt tegen een beschikking ex art. 557b Sv, waartegen de wet geen cassatiemogelijkheid biedt.
De Hoge Raad bevestigt dat het eerste lid van art. 577b Sv, dat verzet tegen dwangbevelen regelt, niet van toepassing is omdat er nog geen dwangbevel is uitgevaardigd. Het tweede lid van art. 577b Sv sluit rechtsmiddelen tegen de beslissing op het verzoek uit.
Daarom wordt het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard en wordt het verzoek van betrokkene afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat tegen de beschikking geen cassatie openstaat.