ECLI:NL:PHR:2008:BF3839

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
28 oktober 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/11661 B
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 577d SvArt. 445 SvArt. 557b SvArt. 577b SvArt. 575 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep tegen beschikking inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel

In deze zaak heeft de Rechtbank Zwolle op 21 februari 2007 het verzoek van betrokkene afgewezen om hem te bevrijden van de betalingsverplichting ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel dan wel deze verplichting te matigen op grond van art. 577b Sv.

Betrokkene stelde hiertegen cassatie in. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is omdat het beroep zich richt tegen een beschikking ex art. 557b Sv, waartegen de wet geen cassatiemogelijkheid biedt.

De Hoge Raad bevestigt dat het eerste lid van art. 577b Sv, dat verzet tegen dwangbevelen regelt, niet van toepassing is omdat er nog geen dwangbevel is uitgevaardigd. Het tweede lid van art. 577b Sv sluit rechtsmiddelen tegen de beslissing op het verzoek uit.

Daarom wordt het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard en wordt het verzoek van betrokkene afgewezen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat tegen de beschikking geen cassatie openstaat.

Conclusie

Nr. 07/11661 B
Mr. Machielse
Zitting 23 september 2008
Conclusie inzake:
[Betrokkene = veroordeelde]
1. De Rechtbank Zwolle heeft op 21 februari 2007 het verzoek van betrokkene hem op de voet van art. 577b Sv te bevrijden van de betalingsverplichting ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel althans om deze verplichting te matigen, afgewezen.
2. Betrokkene heeft cassatie ingesteld en mr. T.H. Dijkstra, advocaat te Zwolle, heeft een schriftuur ingezonden, houdende één middel van cassatie.
3.De beslissing van de rechtbank behelst een beschikking. Beroep in cassatie tegen een beschikking is voor betrokkene alleen mogelijk wanneer het wetboek dat uitdrukkelijk bepaalt. Art. 577b, eerste lid, Sv verwijst naar o.a. art. 575 Sv Pro dat van overeenkomstige toepassing is. Artikel 575 Sv Pro bevat een regeling voor het verhaal krachtens een dwangbevel. Tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel kan verzet worden aangetekend bij een met redenen omkleed bezwaarschrift. Tegen de beschikking op het verzet kan de veroordeelde cassatie aantekenen, maar daarin is hij slechts ontvankelijk naar voorafgaande consignatie van het verschuldigde bedrag en de kosten. In de onderhavige zaak is nog geen sprake geweest van een dwangbevel. Het eerste lid, met de mogelijkheid van verzet via een bezwaarschrift, is daarom niet van toepassing.
Wel van toepassing is het tweede lid van art. 577b Sv. Tegen de beslissing op een verzoek als bedoeld in het tweede lid stelt de wet evenwel geen rechtsmiddel open. Het cassatieberoep is daarom niet ontvankelijk.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De Procureur-Generaal
Bij de Hoge Raad der Nederlanden