ECLI:NL:PHR:2008:BF5283
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid cassatiedagvaarding wegens betekening op onjuist adres en weigering verstekverlening
In deze zaak stond centraal of een cassatiedagvaarding, die op de laatste dag van de cassatietermijn was betekend aan het kantoor van een procureur die niet voor de gedaagden in cassatie optrad, hersteld kon worden door een herstelexploot. De dagvaarding van 18 juni 2008 werd geacht niet te hebben bereikt wat leidt tot relatieve nietigheid volgens art. 121 lid 1 Rv Pro in verbinding met art. 111 Rv Pro.
De eisers tot cassatie hadden op 30 juni 2008 een herstelexploot uitgebracht, waarbij de dagvaarding opnieuw werd betekend aan het juiste kantoor. De vraag was of dit herstelexploot het gebrek kon herstellen en verstek kon worden verleend. De Hoge Raad concludeerde dat verstek niet verleend kan worden als het exploot de gedaagde niet heeft bereikt (art. 121 lid 3 Rv Pro).
De Hoge Raad benadrukte het belang van rechtszekerheid en de fatale termijn voor dagvaarding in cassatiezaken. Het feit dat de gedaagden tijdig kennis hadden kunnen nemen van de dagvaarding na het herstelexploot weegt niet op tegen het belang van de termijn. Daarom wordt de nietigheid van het exploot van 18 juni 2008 uitgesproken, het gevraagde verstek geweigerd en wordt verstaan dat de procedure is geëindigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de cassatiedagvaarding nietig en weigert verstekverlening, waardoor de procedure eindigt.