ECLI:NL:HR:2008:BF5283

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 november 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/02850
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 RvArt. 111 lid 2 onder j RvArt. 120 lid 1 RvArt. 120 lid 2 RvArt. 121 lid 2 Rv
Verwijzingen
7 uitgaand · 7 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad over nietigheid en herstel van exploot bij verzoek tot verstekverlening

In deze cassatieprocedure stonden eisers tot cassatie tegenover verweerders die niet verschenen waren. Eisers hadden een exploot van dagvaarding uitgebracht met een formeel gebrek, namelijk het ontbreken van een vereiste vermelding volgens art. 63 en Pro art. 111 lid 2 onder Pro j Rv. De Advocaat-Generaal adviseerde de nietigheid van het exploot uit te spreken, het verstek te weigeren en de instantie te beëindigen.

De Hoge Raad overwoog dat het exploot van 18 juni 2008 niet voldeed aan de formele eisen en daarom nietig was op grond van art. 120 lid 1 Rv Pro. Echter, dit gebrek was tijdig en op juiste wijze hersteld door een exploot van 30 juni 2008, zodat het gebrek niet meer tot nietigheid leidde. Omdat niet aannemelijk was dat verweerders het exploot niet hadden bereikt, werd eisers de gelegenheid gegeven om het herstelexploot opnieuw uit te brengen met herstel van het gebrek op hun kosten.

De Hoge Raad bepaalde dat de zaak op 12 december 2008 weer zou worden uitgeroepen en hield iedere verdere beslissing aan. Hiermee werd het verzoek tot verstekverlening afgewezen en werd de procedure voortgezet, waarbij eisers de formele tekortkomingen moesten herstellen.

Uitkomst: Verstekverlening werd geweigerd vanwege herstel van het formele gebrek aan het exploot, en de procedure werd voortgezet.

Uitspraak

28 november 2008
Eerste Kamer
08/02850
RM/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Rolbeschikking
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Eiser 2],
wonende te [woonplaats],
3. [Eiser 3],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,
t e g e n
1. [Verweerster 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [Verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
3. [Verweerster 3],
gevestigd te [vestigingsplaats]
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in cassatie
Eisers tot cassatie (hierna: [eiser] c.s.) hebben bij exploot van 18 juni 2008 aan verweerders in cassatie (hierna: [verweerder] c.s.) aangezegd dat zij beroep in cassatie instellen tegen het tussen partijen gewezen arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 18 maart 2008 en hen gedagvaard te verschijnen ter terechtzitting van de Hoge Raad van 5 september 2008.
Het exploot is betekend aan het kantoor van mr. J.A.TH. van Zinnicq Bergmann, de procureur van [eiser] c.s. in hoger beroep.
[Eiser] c.s. hebben op 30 juni 2008 aan verweerders een exploot uitgebracht tot herstel van de onjuiste wijze van betekening van het eerdere exploot. Dit exploot is betekend aan het kantoor van mr. R.F.L.M. van Dooren, de procureur van [verweerder] c.s. in hoger beroep.
[Verweerder] c.s. zijn in cassatie niet verschenen.
[Eiser] c.s. hebben verzocht verstek te verlenen tegen verweerders.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt ertoe de nietigheid van het exploot van dagvaarding van 18 juni 2008 uit te spreken, het verstek te weigeren en te verstaan dat instantie is geëindigd.
2. Beoordeling van het verzoek tot verstekverlening
Het exploot van 18 juni 2008 voldoet niet aan de eisen, vermeld in de Zesde afdeling van de Eerste titel van Boek 1 Rv., in het bijzonder niet aan die van art. 63 Rv Pro.
Ingevolge art. 120 lid 1 levert Pro dit een gebrek op dat nietigheid meebrengt.
Dit gebrek is evenwel, op de voet van art. 120 lid 2 Rv Pro., door het ten verzoeke van [eiser] c.s. op 30 juni 2008 uitgebrachte exploot op de juiste wijze en tijdig hersteld.
Geen van beide exploten bevat een vermelding als bedoeld in art. 111 lid 2 onder Pro j Rv., die ingevolge art. 120 lid 1 Rv Pro. op straffe van nietigheid is voorgeschreven. Nu niet aannemelijk is dat het exploit van 30 juni 2008 [verweerder] c.s. als gevolg van dat gebrek [verweerder] c.s. niet heeft bereikt, zal [eiser] c.s., op de voet van art. 121 lid 2 Rv Pro., in de gelegenheid worden gesteld andermaal een herstelexploot te doen uitbrengen.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
bepaalt dat de zaak weer zal worden uitgeroepen ter rolle van 12 december 2008;
beveelt [eiser] c.s. om [verweerder] c.s. die datum bij exploot aan te zeggen, met herstel van laatstgemeld gebrek op hun kosten;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren E.J. Numann als voorzitter, A. Hammerstein en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 28 november 2008.