ECLI:NL:PHR:2008:BF7408
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing van nieuw overgangsrecht bij verzoek schuldsaneringsregeling
De zaak betreft een verzoeker die bij de rechtbank een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling indiende, welk verzoek werd afgewezen. Het hof bekrachtigde dit vonnis in hoger beroep. Na inwerkingtreding van een wetswijziging per 1 januari 2008, waarbij artikel 288 Faillissementswet Pro werd gewijzigd, paste het hof het nieuwe artikel toe op het verzoek, hoewel dit vóór de wetswijziging was ingediend.
De verzoeker stelde in cassatie dat het hof onterecht het nieuwe artikel toepaste en dat het overgangsrecht niet correct werd gehanteerd. De Hoge Raad oordeelde dat het nieuwe artikel 288 Fw Pro onmiddellijke werking heeft en ook van toepassing is op verzoeken die vóór 1 januari 2008 zijn ingediend. Dit volgt uit de parlementaire geschiedenis en de nota van wijziging, waarin expliciet werd gekozen voor onmiddellijke werking om dubbele wettelijke regimes te voorkomen.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het hof niet verplicht was de verzoeker de gelegenheid te bieden zijn stellingen aan te passen aan het nieuwe artikel, aangezien bekend was dat de wet per 1 januari 2008 in werking zou treden en er tijdens de mondelinge behandeling gelegenheid was om daarop te anticiperen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bekrachtigde het arrest van het hof. Hiermee is bevestigd dat de strengere toelatingscriteria van het nieuwe artikel 288 Fw Pro ook gelden voor verzoeken die vóór de wetswijziging zijn ingediend, mits het verzoek nog in behandeling is na de inwerkingtreding.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.