ECLI:NL:PHR:2008:BF8839
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende bewijs afpersing en diefstal met geweld
Op 3 januari 2006 werd het slachtoffer in Utrecht overvallen door twee personen, waarbij onder bedreiging met een vuurwapen een laptop, laptoptas, adapter, mobiele telefoon en portemonnee met geld werden weggenomen. Verdachte en medeverdachte huurden kamers in hetzelfde pand en werden aangehouden. Bewijsmateriaal bestond uit verklaringen, telefoontaps, inbeslaggenomen goederen en pintransacties.
Het hof verklaarde verdachte schuldig aan afpersing en diefstal met geweld, mede op basis van telefoontaps waaruit bleek dat korte tijd na de overval met de buitgemaakte telefoon contact werd gelegd met verdachte. Verdachte gaf aan de laptop voor iemand anders te verkopen, maar het hof achtte dit niet aannemelijk.
De Hoge Raad oordeelt dat uit het bewijsmateriaal niet zonder meer kan worden afgeleid dat verdachte samen met een ander de overval heeft gepleegd. De mogelijkheid dat verdachte slechts als heler optrad blijft open. Ook is onduidelijk hoe het hof het ontbreken van herkenning door het slachtoffer rijmt met zijn oordeel. Daarom wordt het arrest vernietigd voor zover het betrekking heeft op de bewezenverklaring en strafoplegging.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen van afpersing en diefstal met geweld.