ECLI:NL:PHR:2008:BG2188
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgeldige betekening dagvaarding en oproeping in hoger beroep vreemdeling
De zaak betreft een verdachte die op 31 januari 2006 als vreemdeling in Nederland verbleef terwijl zij tot ongewenst vreemdeling was verklaard. Zij werd bij verstek veroordeeld door de Politierechter en ging in hoger beroep. Omdat van de verdachte geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend was, werd de dagvaarding aan de griffier van de rechtbank betekend en tevens naar het Duitse adres van de verdachte verzonden.
Het hof stelde vast dat de dagvaarding en oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep op rechtsgeldige wijze waren betekend, ondanks dat de vertaling van de dagvaarding niet binnen de wettelijke termijn was uitgereikt. De oproeping was in het Duits en Nederlands gesteld en werd ook naar het Duitse adres verzonden. De verdachte verscheen niet, waarna het hof verstek verleende en de zaak behandelde.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de betekening rechtsgeldig was, mede gelet op de aan de stukken gehechte akten van uitreiking en de verzending naar het Duitse adres. Ook is het voldoende dat de oproeping in essentie correct vertaald was. Er is geen reden om het vonnis te vernietigen. Het middel van cassatie faalt en wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de dagvaarding en oproeping rechtsgeldig zijn betekend, waardoor verstek kan worden verleend en de zaak buiten aanwezigheid van de verdachte kan worden afgedaan.