ECLI:NL:PHR:2008:BG4204
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad uitspraak over ontvankelijkheid en ne bis in idem in Antilliaanse uitleveringszaak
In deze zaak gaat het om een uitleveringsverzoek van de Verenigde Staten aan de Nederlandse Antillen en Aruba. Het Gemeenschappelijk Hof had de uitlevering toelaatbaar verklaard voor bepaalde feiten en geadviseerd tot uitlevering over te gaan. De opgeëiste persoon stelde in cassatie dat het Hof ten onrechte had geoordeeld over de ontvankelijkheid van het verzoek en over de toepassing van het ne bis in idem-beginsel.
De Hoge Raad herhaalt dat cassatie niet ontvankelijk is indien het beroep zich niet richt tegen beslissingen over de toelaatbaarheid van de uitlevering. De Raad verduidelijkt dat het ne bis in idem-beletsel niet geldt als een vervolging in Aruba is aangevangen maar geschorst, zolang deze niet definitief is beëindigd of niet kan worden hervat. De beoordeling van een lopende vervolging als beletsel voor uitlevering behoort toe aan de Gouverneur, niet aan de rechter.
De klachten over de termijn van ontvangst van het uitleveringsverzoek en de motivering van het Hof worden verworpen. Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard voor zover het zich niet richt tegen de uitleveringstoelaatbaarheid en wordt voor het overige verworpen. Er zijn geen gronden voor vernietiging van het advies van het Hof.
Uitkomst: Cassatieberoep niet-ontvankelijk voor zover niet gericht tegen toelaatbaarheid uitlevering en voor het overige verworpen.