ECLI:NL:PHR:2008:BG7775
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Werkgeversaansprakelijkheid bij verkeersongeval tijdens nooddienst met auto-ambulance
De zaak betreft een werknemer die op 22 juli 1998 een ernstig verkeersongeval kreeg terwijl hij een auto-ambulance bestuurde tijdens zijn nooddienst. De werknemer vorderde schadevergoeding van zijn werkgever, Autoster, op grond van werkgeversaansprakelijkheid ex art. 7:611 en Pro 7:658 BW. De werkgever betwistte dat de werknemer op dat moment in de uitoefening van zijn werkzaamheden was en stelde dat het ging om gewoon woon-werkverkeer.
De Kantonrechter wees de vordering af, maar het Hof 's-Hertogenbosch vernietigde dit vonnis en oordeelde dat de werknemer gerechtigd was over de ambulance te beschikken tijdens zijn nooddienst, dat hij permanent bereikbaar moest zijn en dat het gebruik van de ambulance ook buiten strikt woon-werkverkeer viel onder de zorgplicht van de werkgever. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het begrip woon-werkverkeer niet rigide moet worden toegepast, maar dat de concrete omstandigheden en de werkgerelateerde context doorslaggevend zijn.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep van Autoster af en onderstreept dat een algemene regel voor woon-werkverkeer onwenselijk is vanwege de diversiteit aan situaties. De aansprakelijkheid van de werkgever blijft bestaan indien de werknemer tijdens werkgerelateerd vervoer schade oploopt, ook als het niet strikt woon-werkverkeer betreft. De werkgever had bovendien niet voldaan aan haar verzekeringsplicht. De uitspraak bevestigt de zorgplicht van werkgevers voor werknemers die in het verkeer deelnemen in de uitoefening van hun werkzaamheden.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Autoster wordt verworpen; de werkgever is aansprakelijk voor het verkeersongeval tijdens nooddienst.