ECLI:NL:PHR:2008:BG7939
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en correctie van ontnemingsbedrag bij deelneming aan criminele organisatie
In deze zaak gaat het om de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aan een betrokkene die is veroordeeld voor deelneming aan een criminele organisatie. Het hof had het ontnemingsbedrag vastgesteld op €18.923,-, gebaseerd op voordeel uit meerdere zaken, waaronder ook zaken waarvoor betrokkene was vrijgesproken.
De betrokkene stelde cassatie in tegen de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel, met name tegen de toerekening van voordeel uit zaken waarvoor hij niet was veroordeeld. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht voordeel uit andere feiten dan bewezenverklaard kan meenemen indien er voldoende aanwijzingen zijn dat deze feiten zijn gepleegd en voordeel is verkregen. Echter, voordeel uit een feit waarvoor betrokkene is vrijgesproken mag niet worden betrokken.
De Hoge Raad vernietigt daarom het ontnemingsbedrag voor zover het voordeel uit een vrijgesproken zaak was meegenomen en stelt het bedrag vast op €10.728,-. Verder wijst de Hoge Raad op een correctie van het hof zelf die het bedrag iets lager had moeten vaststellen. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad stelt het ontnemingsbedrag vast op €10.728,- en vernietigt het eerdere hogere bedrag.