ECLI:NL:HR:2007:AY6714
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en afwijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens onvoldoende motivering
In deze strafzaak ging het om een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van verdachte, veroordeeld voor poging tot het doen stijgen van aandelenkoersen door verspreiden van leugenachtige berichten en overtreding van een voorschrift uit de Wet toezicht effectenverkeer 1995. Het Hof Amsterdam had het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op €12.939,57, gebaseerd op beide feiten.
De Hoge Raad oordeelde dat de vrijspraak van verdachte voor het tweede feit betekent dat de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel niet meer op dat feit kan berusten. Bovendien had het Hof vastgesteld dat de verspreiding van de leugenachtige berichten geen daadwerkelijke koersstijging tot gevolg had, waardoor de vaststelling van het bedrag zonder nadere motivering onbegrijpelijk is.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof en wees de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel af omwille van doelmatigheid. De zaak werd terugverwezen voor herberechting, maar de Hoge Raad besloot de vordering niet in stand te laten.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof en wijst vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel af wegens onvoldoende motivering.