ECLI:NL:PHR:2008:BG7963
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening veroordeling wegens vermoedelijke persoonsverwisseling bij diefstalzaken
De aanvrager werd bij verstek veroordeeld voor meerdere diefstalzaken door de politierechter in Rotterdam in 2002 en 2003. Na zijn aanhouding in 2003 stelde zijn raadsman dat niet hij, maar zijn broer de dader was en dat sprake was van persoonsverwisseling. Ter onderbouwing werden onder meer kopieën van het paspoort van de aanvrager en een brief van zijn broer overgelegd.
De officier van justitie gaf aanvankelijk opdracht tot vrijlating vanwege mogelijke persoonsverwisseling, maar hervatte later de executie van de straffen na bestudering van de paspoortstempels. Uit onderzoek bleek dat de handtekeningen van de verdachte op proces-verbaal en dagvaardingen niet overeenkwamen met die van de aanvrager, terwijl de paspoortstempels aantoonden dat de aanvrager tijdens enkele feiten niet in Nederland verbleef.
Gezien deze nieuwe feiten, die tijdens de oorspronkelijke terechtzitting niet bekend waren, wekt dit het ernstig vermoeden dat de aanvrager onterecht is veroordeeld. De Hoge Raad verklaart daarom het verzoek tot herziening gegrond, beveelt opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de vonnissen en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het herzieningsverzoek gegrond en verwijst de zaak voor hernieuwde behandeling naar het gerechtshof.