ECLI:NL:PHR:2009:AZ2230
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over verenigbaarheid emigratieheffing aanmerkelijkbelang met belastingverdrag België en EG-Verdrag
Deze zaak betreft de vraag of de Nederlandse emigratieheffing (conserverende aanslag) voor aanmerkelijkbelanghouders verenigbaar is met het belastingverdrag met België van 1970 en met het EG-Verdrag.
De Hoge Raad stelt vast dat Nederland in 1998 met de invoering van een conserverende aanslag die langer dan vijf jaar na emigratie kan worden geheven, verder ging dan de afspraken in het belastingverdrag met België van 1970, waarin Nederland slechts tot vijf jaar na emigratie heffingsrecht had. Deze eenzijdige wetswijziging door Nederland leidt tot een treaty override en is daarmee in strijd met het verdrag.
Daarnaast wordt de conserverende aanslag beoordeeld in het licht van het EG-Verdrag. Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen oordeelde dat een dergelijke aanslag een belemmering kan vormen voor de vrijheid van vestiging, vooral indien zekerheidstelling wordt vereist en geen rekening wordt gehouden met waardedalingen na emigratie. De Nederlandse wetgeving is daarop aangepast met versoepelingen en kwijtscheldingsmogelijkheden. De Hoge Raad benadrukt dat concrete nadelen door de belanghebbende moeten worden aangetoond.
De zaak bevat uitgebreide juridische analyses over de toepassing van het belastingverdrag, de uitleg van verdragsartikelen, de verhouding tussen nationale wetgeving en internationale verdragen, en de gevolgen van het arrest voor de fiscale praktijk rondom emigratieheffingen.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de Nederlandse emigratieheffing in 1998 in strijd was met het belastingverdrag met België, maar niet met het EG-Verdrag, en bevestigt de noodzaak van proportionele uitvoering.