ECLI:NL:PHR:2009:AZ8423
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling of verlofspaarregeling sabbatical leave aanspraak op uitkeringen vormt volgens Coördinatiewet Sociale Verzekering
De zaak betreft de fiscale kwalificatie van een verlofspaarregeling voor sabbatical leave binnen de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV). Belanghebbende voerde dat de regeling in 2000 geen aanspraak op uitkeringen opleverde, maar slechts uitstel van loonbetaling was. Het Uwv had een correctienota opgelegd waarbij het gespaarde verlof als premieloon werd aangemerkt, wat belanghebbende betwistte.
De Rechtbank en de Centrale Raad van Beroep bevestigden dat het recht op betaald verlof als aanspraak op uitkeringen geldt, maar de Hoge Raad nuanceert dit. Uit jurisprudentie blijkt dat aanspraken op uitkeringen bindende rechten zijn, niet slechts loonvorderingen. Uitstel van loonbetaling zonder rente en zonder beschikkingsmacht over het tegoed wordt niet als aanspraak beschouwd.
De Hoge Raad stelt dat bij tijdsparen en geldsparen sprake is van uitstel van loon, waarbij de werknemer geen beschikkingsmacht heeft over het spaartegoed. Dit betekent dat het loon pas wordt genoten bij opname van verlof of beëindiging dienstverband. Vanaf 28 december 2000 behoren aanspraken op betaald verlof echter wel tot het premieloon volgens gewijzigde wetgeving. De zaak wordt terugverwezen naar de CRvB voor nader onderzoek van de aanspraken opgebouwd in de laatste dagen van 2000.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond en verwijst de zaak terug naar de CRvB voor nadere beoordeling van aanspraken opgebouwd in de laatste dagen van 2000.