ECLI:NL:PHR:2009:BA1240
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over plaats van ontstaan omzetbelastingschuld bij onttrekking extern communautair douanevervoer
In deze zaak staat centraal de omzetbelasting bij onttrekking van een auto die onder extern communautair douanevervoer werd vervoerd van Nederland via Duitsland naar Polen. De auto was bestemd voor Polen, maar het douanedocument T1 werd niet gezuiverd. De Tariefcommissie had onherroepelijk vastgesteld dat belanghebbende in Nederland douaneschuldenaar was op grond van artikel 203 van Pro het Communautair douanewetboek (CDW).
De Hoge Raad bespreekt de plaats van het ontstaan van de omzetbelastingschuld, aansluitend bij het arrest Liberexim van het Hof van Justitie, waarbij de plaats van onttrekking gelijk is aan de plaats van ontstaan van de douaneschuld. In deze zaak is vastgesteld dat de onttrekking in Duitsland heeft plaatsgevonden, omdat het kantoor van bestemming in Duitsland is voorbijgereden. Dit leidt tot de conclusie dat de omzetbelastingschuld in Duitsland ontstaat.
De Minister betoogt dat artikel 22, vierde lid, van de Wet op de omzetbelasting (Wet OB), dat binding aan eerdere vaststellingen door de Tariefcommissie regelde, nog van toepassing zou zijn. De Hoge Raad oordeelt dat dit artikel per 1 januari 2002 is vervallen zonder overgangsrecht, zodat de rechter niet gebonden is aan eerdere onherroepelijke vaststellingen. Verder wordt ingegaan op de gevolgen van artikel 378 van Pro de Uitvoeringsverordening CDW (UCDW) en de compensatieregeling uit het arrest Labis en Sagpol, waarbij onduidelijkheid bestaat over de toepassing van deze regelingen op omzetbelasting.
De conclusie is dat de inspecteur ten onrechte een uitnodiging tot betaling in Nederland heeft vastgesteld, omdat de omzetbelastingschuld in Duitsland is ontstaan. De Hoge Raad wordt geadviseerd prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie over de uitleg van artikel 378 UCDW Pro en de gevolgen voor de inning van omzetbelasting bij onttrekking buiten Nederland.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de omzetbelastingschuld in Duitsland ontstaat en dat de uitnodiging tot betaling in Nederland onterecht is.