ECLI:NL:PHR:2009:BB0626
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over recht op teruggaaf Nederlandse omzetbelasting door in EU gevestigd reisbureau
Belanghebbende, een in Duitsland gevestigd reisbureau dat pakketreizen naar Nederland organiseert, verzocht om teruggaaf van Nederlandse omzetbelasting over kosten die rechtstreeks ten goede kwamen aan reizigers. De Inspecteur wees dit verzoek af, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde.
De Hoge Raad bekeek of artikel 26 van Pro de Zesde richtlijn, dat een bijzondere regeling voor reisbureaus bevat, het recht op aftrek en teruggaaf van omzetbelasting in de weg staat. De Nederlandse wetgeving implementeert deze richtlijn niet, waardoor belanghebbende zich niet selectief op artikel 26 kan Pro beroepen. Het Hof oordeelde dat belanghebbende één enkele dienst aan de reiziger verricht en dat de plaats van dienst in Duitsland ligt, waar belanghebbende is gevestigd.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het recht op teruggaaf afhankelijk is van het recht op aftrek in de lidstaat van vestiging. Omdat belanghebbende in Duitsland geen recht op aftrek heeft voor de betreffende kosten, bestaat er ook geen recht op teruggaaf van Nederlandse omzetbelasting. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het in Duitsland gevestigde reisbureau heeft geen recht op teruggaaf van Nederlandse omzetbelasting.