ECLI:NL:PHR:2009:BB3450
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Recht op teruggaaf Nederlandse omzetbelasting door buiten-EU gevestigd reisbureau
Belanghebbende is een op de Bahama's gevestigd reisbureau dat all-inclusive reizen naar Nederland aanbiedt zonder vaste inrichting in Nederland. Zij treedt op eigen naam en voor eigen rekening op en is ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB). De kern van het geschil is of belanghebbende recht heeft op teruggaaf van de aan haar in rekening gebrachte Nederlandse omzetbelasting.
Het Hof had het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard, stellende dat de reisbureauregeling van artikel 26 van Pro de Zesde richtlijn van toepassing is en dat belanghebbende daardoor geen recht op teruggaaf toekomt, omdat zij in een gunstigere positie zou komen dan binnen de EU gevestigde belastingplichtigen. Het Hof oordeelde dat belanghebbende meerdere prestaties verricht en dat ten minste één prestatie in Nederland plaatsvindt.
De Procureur-Generaal stelt dat belanghebbende slechts één prestatie verricht, namelijk het leveren van een volledig verzorgde reis, en dat de plaats van dienst op grond van artikel 6 van Pro de Wet OB de Bahama's is. De reisbureauregeling van artikel 26 van Pro de Zesde richtlijn is niet geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving en is mogelijk niet van toepassing op niet-EU-reisbureaus. Belanghebbende kan zich rechtstreeks beroepen op de Wet OB en heeft recht op teruggaaf van de Nederlandse omzetbelasting. De conclusie is dat het cassatieberoep gegrond moet worden verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad overweegt dat belanghebbende recht heeft op teruggaaf van de Nederlandse omzetbelasting omdat zij één prestatie verricht en de plaats van dienst op de Bahama's ligt.