ECLI:NL:PHR:2009:BB3469
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling saldering van valutavoordelen met deelnemingskosten in vennootschapsbelasting
De zaak betreft de vraag of positieve valutaresultaten op leningen die zijn aangegaan ter financiering van buitenlandse deelnemingen gesaldeerd moeten worden met de kosten die verband houden met die deelneming, in het kader van de vennootschapsbelasting over de jaren 1999 en 2001.
De belanghebbende, een houdster- en financieringsmaatschappij, behaalde valutavoordelen op de financiering van een Engelse deelneming en bracht kosten in aftrek zonder deze voordelen te salderen. De Inspecteur schrapte de aftrek, maar na bezwaar werden de kosten alsnog toegestaan na saldering met de valutavoordelen. Het Hof 's-Gravenhage verklaarde de beroepen van de belanghebbende gegrond, stellende dat saldering in strijd is met de wet.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de nationale wetgeving, waaronder artikel 13, lid 1, Wet op de vennootschapsbelasting 1969, en het arrest Bosal Holding BV van het HvJ EG. Het arrest Bosal bepaalt dat kosten die verband houden met deelnemingen in andere lidstaten slechts aftrekbaar zijn indien zij middellijk dienstbaar zijn aan in Nederland belastbare winst. De Hoge Raad concludeert dat het begrip 'kosten' in de nationale wet ook valutaresultaten omvat en dat saldering met kosten toegestaan is, mits geen ongunstigere behandeling van grensoverschrijdende situaties plaatsvindt.
De Hoge Raad gaat ook in op het legaliteitsbeginsel en de verhouding tussen nationaal en Europees recht, waarbij het gemeenschapsrecht voorrang heeft en nationale bepalingen buiten toepassing worden gelaten voor zover ze onverenigbaar zijn met EG-recht. De Hoge Raad acht het niet nodig prejudiciële vragen te stellen en bevestigt dat het nationale recht ruimte biedt voor saldering, zolang de grensoverschrijdende situatie niet ongunstiger wordt behandeld dan de interne situatie.
Ten slotte verklaart de Hoge Raad de cassatieberoepen gegrond, vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak af, waarbij het oordeel van het Hof dat saldering niet is toegestaan, wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt dat positieve valutaresultaten gesaldeerd moeten worden met deelnemingskosten volgens nationale wet en EG-recht.