ECLI:NL:PHR:2009:BF0934
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over belastingheffing van salaris bestuurder buitenlandse nationaliteit volgens belastingverdrag Nederland-VS
Belanghebbende, een Amerikaanse staatsburger en bestuurder van een in Nederland gevestigde vereniging, had in zijn aangifte inkomstenbelasting voor 1999 een aftrek toegepast voor buitenlandse werkdagen op grond van zijn Amerikaanse nationaliteit. Het Hof oordeelde dat de vereniging als inwoner van Nederland in de zin van het belastingverdrag met de Verenigde Staten moest worden aangemerkt en dat het salaris van belanghebbende als bestuurder onder artikel 17 van Pro het verdrag viel. Hierdoor werd het gehele salaris in Nederland belast.
De advocaat-generaal stelde in zijn conclusie dat de vereniging, hoewel gevestigd in Nederland, geen onderneming drijft en daardoor niet onderworpen is aan vennootschapsbelasting. Hierdoor voldoet zij niet aan het vereiste van onderworpenheid aan belastingheffing om als inwoner in de zin van het verdrag te gelden. Het Hof was volgens de A-G van een verkeerde rechtsopvatting uitgegaan door de vereniging als inwoner aan te merken.
De A-G concludeerde dat artikel 17 van Pro het verdrag niet van toepassing is en dat het salaris van belanghebbende onder artikel 16 valt Pro. Nederland mag het deel van het salaris belasten dat betrekking heeft op de in Nederland gewerkte dagen. Het beroep in cassatie werd gegrond verklaard en de zaak kon door de Hoge Raad worden afgedaan.
Uitkomst: Het salaris van de bestuurder valt onder artikel 16 van het belastingverdrag en Nederland mag het deel belasten dat betrekking heeft op in Nederland gewerkte dagen.