ECLI:NL:PHR:2009:BF1196
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing verzoek vergelijkend boekenonderzoek bij verduistering in dienstbetrekking
In deze strafzaak is verdachte door het gerechtshof Arnhem veroordeeld wegens verduistering in dienstbetrekking en opgelegd een taakstraf van 100 uur subsidiair 50 dagen hechtenis. De verdediging verzocht herhaaldelijk om een vergelijkend boekenonderzoek tussen de administratie van de voormalige werkgever en de horeca-exploitanten, hetgeen door het hof werd afgewezen met de motivering dat er geen termen aanwezig waren om dit onderzoek toe te staan. Het hof besloot in plaats daarvan de belastende getuigen ter zitting te horen.
De verdediging voerde aan dat de getuigenverklaringen onbetrouwbaar en leugenachtig waren, onder meer omdat deze vooraf waren opgesteld door de raadsman van de werkgever en geen steun vonden in ander bewijsmateriaal. Ook werd betoogd dat het ontbreken van originele bonnen en een boekenonderzoek de verdediging benadeelde. Het hof hechtte echter meer geloof aan de getuigenverklaringen en zag hierin geen aanleiding tot nadere motivering.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof het toepasselijke criterium voor het verzoek tot boekenonderzoek niet expliciet heeft genoemd en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het verzoek werd afgewezen. Desondanks is de afwijzing niet onbegrijpelijk gelet op de keuze van het hof om de getuigen te horen en de omstandigheden van de zaak. Verder stelt de Hoge Raad vast dat het hof ten onrechte art. 321 Sr Pro niet heeft vermeld als wettelijk voorschrift waarop de strafoplegging mede is gegrond, en herstelt dit verzuim ambtshalve. Het cassatieberoep wordt afgewezen, met subsidiaire vernietiging en terugwijzing voor hernieuwde berechting in hoger beroep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzuim in de bestreden uitspraak wordt hersteld door art. 321 Sr alsnog te vermelden.