ECLI:NL:HR:2007:AZ9343
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende motivering afwijzing getuigenverzoek en overschrijding redelijke termijn
In deze zaak heeft de Hoge Raad het arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage vernietigd. Het hof had in hoger beroep de verdachte veroordeeld voor het opzettelijk voordeel trekken uit seksuele handelingen met minderjarigen. De verdediging had verzocht om het horen van getuigen, maar het hof wees dit verzoek af met de motivering dat de verdachte door het achterwege blijven van deze getuigen niet in haar verdediging werd geschaad. De Hoge Raad oordeelt dat deze afwijzing onvoldoende is gemotiveerd en daarom niet begrijpelijk is.
Daarnaast constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak is overschreden, wat bij een eventuele strafoplegging in de volgende instantie moet worden betrokken. De zaak wordt daarom terugverwezen naar het hof voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep, waarbij de eerdere beslissingen omtrent het horen van getuigen in stand blijven.
De uitspraak bevat tevens een uitgebreide toelichting op de rol van regiezittingen in het Nederlandse strafprocesrecht, waarbij wordt benadrukt dat op dergelijke zittingen definitieve beslissingen moeten worden genomen over verzoeken tot het horen van getuigen. Indien de rechter onvoldoende gegevens heeft, verdient het de voorkeur het verzoek aan te houden in plaats van voorlopig af te wijzen. De wetgeving is zodanig aangepast dat beslissingen over het horen van getuigen ook bij een hernieuwde aanvang van het onderzoek ter terechtzitting in stand blijven.
De Hoge Raad wijst erop dat de afwijzing van het verzoek tot het horen van getuigen op de regiezitting van 4 april 2005 moet worden beschouwd als een definitieve beslissing, ondanks dat het hof dit als voorlopig bestempelde. De verdediging heeft het verzoek niet ingetrokken en er is geen nadere beslissing gegeven. De zaak wordt derhalve terugverwezen voor een nieuwe behandeling met inachtneming van deze punten.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling wegens onvoldoende motivering en termijnoverschrijding.