ECLI:NL:PHR:2009:BF2203
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over winstneming bij grondlevering in koop-/aannemingsovereenkomst volgens goed koopmansgebruik
Deze zaak betreft een proefprocedure over de fiscale winstneming in 1999 bij de levering van grond als onderdeel van een koop-/aannemingsovereenkomst. De belanghebbende, een projectontwikkelaar, had in haar fiscale winstberekening de voorcalculatorische winst op de grondlevering buiten beschouwing gelaten, terwijl de Inspecteur een correctie toepaste op basis van een residuele waarderingsmethode.
Het geschil spitste zich toe op twee punten: of de levering van de grond en de bouw van de woning als één prestatie moeten worden gezien voor de winstneming, en welk bedrag als winst op de grondlevering moet worden verantwoord. Het Hof oordeelde dat het om twee afzonderlijke prestaties gaat en dat de winstneming op de grondlevering uiterlijk bij de levering moet plaatsvinden. Tevens stelde het Hof dat de overeengekomen grondprijs uitgangspunt is voor de winstbepaling en verwierp de residuele waarderingsmethode van de Inspecteur.
De Staatssecretaris stelde in cassatie dat de grondprijs niet als uitgangspunt kan dienen indien deze afwijkt van de waarde in het economische verkeer en dat de residuele waarderingsmethode moet worden toegepast. De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het Hof dat de levering van de grond een afzonderlijke prestatie vormt waarop winstneming uiterlijk bij levering moet plaatsvinden. Ook oordeelt de Hoge Raad dat de overeengekomen prijs uitgangspunt is voor de winstbepaling, tenzij de fiscus overtuigend bewijst dat partijen in werkelijkheid andere prijzen zijn overeengekomen dan schriftelijk vastgelegd. De residuele waarderingsmethode wordt in dit geval niet als juiste methode aanvaard.
De conclusie benadrukt dat het fiscale recht niet systematisch voorbij mag gaan aan de contractsvrijheid van partijen en dat de bewijslast bij afwijking van de overeengekomen prijs bij de fiscus ligt. De uitspraak bevestigt het belang van goed koopmansgebruik en het realisatiebeginsel bij winstneming in vastgoedprojecten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard; winstneming op de grondlevering vindt uiterlijk bij levering plaats en de overeengekomen grondprijs geldt als uitgangspunt.