ECLI:NL:PHR:2009:BG4806
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over terugwerkende kracht afschaffing lokale lastenverlichting in onroerendezaakbelasting 2005
De zaak betreft de afschaffing van de lokale lastenverlichting van € 45,38 (de Zalmsnip) in de onroerende-zaakbelasting voor het jaar 2005 door de gemeente Olst-Wijhe. De gemeente had in december 2004 een verordening vastgesteld waarin de lastenverlichting was opgenomen, maar in januari 2005 een wijziging met terugwerkende kracht tot 1 januari 2005 aangenomen om deze te laten vervallen. Belanghebbende stelde dat deze terugwerkende kracht onrechtmatig was.
De Rechtbank wees het beroep van belanghebbende af, maar het Hof stelde belanghebbende in het gelijk en oordeelde dat de terugwerkende kracht in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel. De gemeente en de VNG gingen in cassatie tegen dit oordeel.
De Hoge Raad bevestigt dat terugwerkende kracht van wetgeving mogelijk is, maar dat dit moet voldoen aan het rechtszekerheidsbeginsel. Het Hof heeft terecht geoordeeld dat de terugwerkende kracht van de afschaffing van de Zalmsnip niet voorzienbaar was voor de belastingplichtigen en daardoor onverenigbaar is met rechtszekerheid. De gemeente had de afschaffing afhankelijk gesteld van de formele wetgeving, maar de terugwerkende kracht van de wijziging van de gemeentelijke verordening was niet voorzienbaar voor de belastingplichtigen.
De Hoge Raad concludeert dat de wijziging met terugwerkende kracht niet verbindend is en dat belanghebbende recht heeft op de lokale lastenverlichting over 2005. De zaak benadrukt het belang van rechtszekerheid bij terugwerkende kracht van gemeentelijke belastingverordeningen en de noodzaak van zorgvuldige wetgevingstechniek.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt dat de terugwerkende kracht van de afschaffing van de lokale lastenverlichting onverenigbaar is met het rechtszekerheidsbeginsel.