ECLI:NL:PHR:2009:BG4829
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing nietigheidsverweer dagvaarding en oproepingen in strafzaak
In deze strafzaak stond het preliminaire verweer centraal dat de inleidende dagvaarding en de oproepingen in eerste aanleg nietig zouden zijn vanwege gebrekkige betekening en oproeping van verdachte. De verdediging stelde dat de dagvaarding niet tijdig was betekend en dat oproepingen onjuist waren, onder meer omdat de rechtbank de zaak op 26 januari 2005 behandelde terwijl verdachte was opgeroepen voor 27 januari 2005.
Het hof heeft dit verweer op 9 februari 2006 gemotiveerd verworpen en bij de terechtzitting van 31 mei 2007 herhaalde de verdediging dit standpunt. Het hof achtte een nieuwe beslissing op dit reeds gemotiveerd verworpen verweer niet nodig bij de einduitspraak.
De Hoge Raad bevestigt deze werkwijze en oordeelt dat het motiveringsvereiste van artikel 359 lid 2 Sv Pro niet van toepassing is op een verweer als bedoeld in artikel 358 lid 3 Sv Pro. Ook is het volgens de Hoge Raad niet vereist dat het hof bij de einduitspraak opnieuw beslist over een preliminair verweer dat eerder gemotiveerd is verworpen. Het cassatiemiddel faalt en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.