ECLI:NL:PHR:2009:BG4831
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplichtigheid aan poging tot afdreiging met bedreiging openbaarmaking geheim
De zaak betreft een arrest van de Hoge Raad waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplichtigheid aan poging tot afdreiging gericht tegen een grote onderneming, waarbij sprake was van bedreiging met openbaarmaking van een geheim. De tenlastelegging betrof het geven van informatie, aanwijzingen en adviezen aan medeplegers die een afdreigingsplan uitvoerden.
Het hof verwierp diverse verweren van de verdediging, waaronder dat de dagvaarding niet voldoende feitelijk was uitgewerkt, dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk was wegens het ontbreken van een rechtsgeldige klacht, en dat de machtiging tot het opnemen van telefoongesprekken onrechtmatig was verleend. De Hoge Raad bevestigde deze oordelen en oordeelde dat de klacht tijdig en rechtsgeldig was ingediend namens de onderneming, ook al ontbrak een bijzondere schriftelijke volmacht aan de akte.
Het hof achtte bewezen dat verdachte opzettelijk informatie en adviezen had gegeven die het plan tot afdreiging ondersteunden en medeplegen mogelijk maakten. De Hoge Raad vond het oordeel van het hof begrijpelijk en niet onjuist. Ook het oordeel dat de rechter-commissaris terecht een machtiging tot telefonietap had verleend, werd bevestigd. Het beroep op nietigheid en niet-ontvankelijkheid faalde derhalve en het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, wegens medeplichtigheid aan poging tot afdreiging.