ECLI:NL:HR:2009:BG4831
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplichtigheid door geven van informatie en adviezen bij afdreiging
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het geven van informatie, aanwijzingen en adviezen kan worden aangemerkt als behulpzaamheid bij het plegen van een misdrijf, in casu afdreiging, zoals bedoeld in artikel 48 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Het hof had vastgesteld dat verdachte gedurende de bewezenverklaarde periode opzettelijk dergelijke informatie en adviezen had verstrekt aan medeplegers, waarmee hij medeplichtigheid aan afdreiging had gepleegd.
De verdediging voerde onder meer aan dat het geven van adviezen niet onder het begrip 'behulpzaam zijn bij het plegen van het misdrijf' valt en dat de informatie reeds bij de medeverdachten bekend was. Het hof verwierp deze verweren op grond van verklaringen, tapgesprekken en andere bewijsmiddelen waaruit bleek dat verdachte bewust en actief had bijgedragen aan de uitvoering van het plan.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel dat het geven van informatie en adviezen niet als medeplichtigheid kan gelden, berust op een onjuiste rechtsopvatting. Daarnaast vond de Hoge Raad het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk, gelet op de vastgestelde feiten en bewijsmiddelen. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte voor medeplichtigheid aan afdreiging.