ECLI:NL:PHR:2009:BG5616
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voorwaardelijk opzet bij medeplegen zware mishandeling met zwaar letsel
De zaak betreft een vechtpartij op 26 september 1999 te Rijswijk waarbij het slachtoffer door een groep van circa vijftien personen, waaronder verdachte, zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht. Het slachtoffer werd meerdere malen geslagen en geschopt, waarbij hij onder meer schedelletsel en aangezichtsbreuken opliep. Verdachte werd door getuigen herkend als een van de schoppers en had bloedvlekken op zijn kleding na het incident.
Na verwijzing door de Hoge Raad werd verdachte door het hof Amsterdam veroordeeld voor medeplegen van zware mishandeling. Het hof achtte bewezen dat verdachte opzettelijk en meermalen het slachtoffer had geschopt en geslagen. Verdachte stelde in cassatie dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat sprake was van voorwaardelijk opzet, mede omdat niet duidelijk was op welke lichaamsdelen werd geschopt en dat verdachte zich bewust was van het eerdere letsel.
De Hoge Raad overweegt dat voorwaardelijk opzet aanwezig is indien verdachte zich willens en wetens blootstelt aan de aanmerkelijke kans dat het gevolg (zwaar lichamelijk letsel) zal intreden. Uit de aard van de gedragingen en omstandigheden volgt dat verdachte de aanmerkelijke kans op het letsel bewust heeft aanvaard. Het hof hoefde het aandeel van verdachte niet nader te specificeren en mocht het bewijs waarderen zoals gedaan. De Hoge Raad verwerpt het middel en bevestigt de bewezenverklaring.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend vanwege overschrijding van de redelijke termijn en vermindert de straf. De zaak wordt verwezen naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting van de straf. De Hoge Raad bevestigt dat de bewezenverklaring en het oordeel over voorwaardelijk opzet voldoende gemotiveerd zijn.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt voorwaardelijk opzet en vernietigt arrest wegens termijnoverschrijding, met strafvermindering.