ECLI:NL:PHR:2009:BG5619
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafoplegging wegens ontuchtige handelingen met minderjarige meisjes
Het hof Arnhem heeft verdachte veroordeeld voor het opzettelijk bewegen van drie minderjarige meisjes tot ontuchtige handelingen door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en beloften van geld. De straf bestaat uit 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Verdachte was eerder strafrechtelijk veroordeeld, maar niet voor soortgelijke zedenmisdrijven.
De bewezenverklaring is gebaseerd op verklaringen van de slachtoffers, die elkaar onderling ondersteunen, en aanvullende getuigenverklaringen. Het hof heeft het verzoek van verdachte om nader onderzoek naar een alibi op 22 februari 2005 afgewezen, omdat de pleegdatum niet vaststaat en het verzoek niet noodzakelijk was. De Hoge Raad oordeelt dat het hof de strafmotivering voldoende heeft onderbouwd en dat de toepassing van elektronisch toezicht als vervanging van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend is gezien de ernst van de feiten.
Het cassatieberoep richt zich onder meer op de strafmotivering, het alibiverweer en de tijdsduur van de gepleegde handelingen. De Hoge Raad wijst deze gronden af, omdat de feitenrechter vrij is in de waardering van strafmaat en bewijs, en de motivering niet onbegrijpelijk is. Daarmee blijft het arrest van het hof in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, wegens ontuchtige handelingen met minderjarige meisjes.