ECLI:NL:PHR:2009:BG5848
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijk aansprakelijkheid bestuurder wegens niet tijdige melding betalingsonmacht naheffingsaanslag
In deze zaak staat de hoofdelijk aansprakelijkheid van bestuurders van een vennootschap centraal voor de voldoening van een naheffingsaanslag loonbelasting en premie. De vennootschap had niet tijdig melding gedaan van betalingsonmacht, zoals vereist in artikel 36 van Pro de Invorderingswet 1990 en het Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990. De Ontvanger stelde eiseres en eiser hoofdelijk aansprakelijk.
De rechtbank had geoordeeld dat de melding van betalingsonmacht te laat was en dat de Ontvanger geen wetenschap had van betalingsonmacht voorafgaand aan beslaglegging. Het hof stelde vast dat er sprake was van opzet of grove schuld van de vennootschap, mede gebaseerd op verklaringen van chauffeurs en een betrokkene die aangaven dat bewust onjuiste informatie was verstrekt aan de Belastingdienst.
De Hoge Raad bevestigde dat de vraag naar opzet of grove schuld relevant is voor de toepasselijkheid van de gunstigere regeling inzake meldingsplicht. Het hof had terecht geoordeeld dat sprake was van opzet of grove schuld, waardoor de melding te laat was en de bestuurders aansprakelijk zijn. Klachten over het onderzoek naar misleiding en de motivering van het hof werden verworpen. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de hoofdelijk aansprakelijkheid van de bestuurders wegens niet tijdige melding van betalingsonmacht.