ECLI:NL:PHR:2009:BG5918
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid van gemeente tot heffing van precariobelasting op nutsleidingnetwerken in openbare grond
In deze zaak staat centraal of de gemeente Ter Aar bevoegd is precariobelasting te heffen over leidingnetwerken voor gas en elektriciteit die onder, op of boven haar grond liggen. Belanghebbende, een dochtermaatschappij van een energieholding, betwistte de aanslagen precariobelasting over de jaren 2000-2002. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd het beroep ongegrond verklaard. Belanghebbende ging in cassatie tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad bevestigt dat de heffing van precariobelasting alleen mogelijk is indien de gemeente als eigenaar het hebben van voorwerpen op haar grond kan verbieden. Indien de gemeente een wettelijke gedoogplicht heeft, bijvoorbeeld op grond van de Belemmeringenwet Privaatrecht of de Telecommunicatiewet, kan zij geen precariobelasting heffen. In dit geval is geen sprake van een wettelijke gedoogplicht. Privaatrechtelijke overeenkomsten, zoals de aandeelhoudersovereenkomst, leiden niet tot een gedoogplicht die de heffing uitsluit.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de Verordening precariobelasting niet in strijd is met de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet of de Gemeentewet. Ook is geen sprake van dubbele heffing of schending van het EG-Verdrag. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het verbod van détournement de pouvoir faalt. De tarieven zijn niet onredelijk of willekeurig. Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de aanslagen precariobelasting blijven gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de bevoegdheid van de gemeente tot heffing van precariobelasting.