ECLI:NL:PHR:2010:BO0396
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsgebrek bij heffing leges hersteld door uitspraak op bezwaar van heffingsambtenaar
Belanghebbende diende bezwaar in tegen een door het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal opgelegde legesaanslag voor een bouwvergunning, terwijl volgens de wet de heffingsambtenaar daartoe bevoegd was. De rechtbank stelde vast dat het primaire besluit tot heffing van leges onbevoegd was genomen door het college, maar oordeelde dat het bevoegdheidsgebrek bij de uitspraak op bezwaar door de heffingsambtenaar kon worden hersteld. Het Hof bevestigde dit oordeel en verwierp de klachten van belanghebbende dat het bezwaarschrift niet correct was doorgezonden en dat het college onbevoegd was tot het opleggen van de aanslag.
In cassatie betoogde belanghebbende dat het college niet bevoegd was aanslagen op te leggen en dat het bezwaarschrift niet was doorgezonden aan de heffingsambtenaar, waardoor het bezwaar niet correct was behandeld. De Hoge Raad overwoog uitgebreid de jurisprudentie en literatuur omtrent bevoegdheidsgebreken en de mogelijkheid tot herstel daarvan bij de uitspraak op bezwaar. Daarbij werd bevestigd dat een bevoegdheidsgebrek bij het primaire besluit kan worden hersteld door een uitspraak op bezwaar van het bevoegde orgaan, mits de belanghebbende daardoor niet wordt benadeeld.
De Hoge Raad benadrukte dat het bevoegdheidsgebrek geen vormfout is die altijd met artikel 6:22 Awb Pro kan worden gepasseerd, maar dat herstel mogelijk is binnen de heroverwegingsfunctie van de bezwaarfase. Ook werd opgemerkt dat het ontbreken van een schriftelijke mededeling over de doorzending van het bezwaarschrift aan belanghebbende niet tot vernietiging leidt als geen nadeel is vastgesteld. De conclusie is dat het beroep in cassatie ongegrond is en de uitspraak van het Hof wordt bevestigd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof wordt bevestigd.