ECLI:NL:PHR:2009:BG6230
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijsaanbod en bewijswaardering na verwijzing in civiele procedure over volmacht en schadevergoeding
Deze zaak betreft een civiele procedure waarin eiser verweerder aansprakelijk stelt op grond van art. 3:70 BW Pro wegens onbevoegd optreden als gevolmachtigde bij een koopovereenkomst van een landhuis. Verweerder voerde verweer dat eiser geen schade leed omdat de koopster een lege vennootschap was die de overeenkomst niet zou nakomen.
Na cassatie en verwijzing door de Hoge Raad heeft het hof verweerder toegelaten tot bewijslevering, waarbij het hof oordeelde dat verweerder voldoende concrete feiten had gesteld om het verweer te onderbouwen. Het hof concludeerde dat eiser geen schade had geleden en wees de vordering af.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof terecht het bewijsaanbod heeft toegelaten en dat het oordeel van het hof begrijpelijk en niet onjuist is. Ook is het toegestaan dat na verwijzing nieuwe bewijsstukken worden ingebracht ter verdere opheldering. Daarnaast is het niet onredelijk dat het hof het verweer van verweerder ruim heeft geïnterpreteerd en verduidelijkt.
De Hoge Raad wijst klachten over het niet toestaan van een nadere conclusie af, omdat het Nederlandse appelprocesrecht dit niet vereist en het recht op een eerlijk proces niet is geschonden. De conclusie is dat het hof zijn taak naar behoren heeft vervuld en de vordering van eiser terecht is afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd waarbij de vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen.