ECLI:NL:HR:2009:BG6230
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- O. de Savornin Lohman
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijswaardering en toelaatbaarheid producties na verwijzing in civiel geding
In deze zaak stond centraal de beoordeling van bewijswaardering door het gerechtshof na verwijzing door de Hoge Raad en de toelaatbaarheid van producties die na verwijzing werden overgelegd maar betrekking hadden op vóór de cassatie ingenomen stellingen.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten, waaronder het arrest van 20 februari 2004, waarbij het gerechtshof Amsterdam werd vernietigd en de zaak werd verwezen naar het hof te 's-Gravenhage. Na een tussenarrest en procesdebat heeft het hof bij eindarrest de vorderingen van eiser afgewezen.
Eiser stelde in cassatie verschillende middelen aan de orde, waaronder de vraag of het hof terecht de producties van verweerder heeft betrokken bij de bewijswaardering. De Hoge Raad oordeelt dat het hof bevoegd was deze producties te betrekken omdat deze betrekking hadden op vóór de cassatie ingenomen stellingen. De klachten van eiser worden verworpen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding.