ECLI:NL:PHR:2009:BG6231
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Berekening schadevergoeding bij voortijdige beëindiging distributieovereenkomst en bindende eindbeslissing
Deze zaak betreft een geschil tussen partijen over de schadevergoeding die voortvloeit uit de voortijdige beëindiging van een distributieovereenkomst voor machines in voormalige Oostbloklanden. De rechtbank had geoordeeld dat de overeenkomst niet conform was opgezegd en dat de schadevergoeding moest worden vastgesteld. Het hof stelde vervolgens vast dat de schadevergoeding berekend moest worden aan de hand van een redelijke commissie van 15% over de verkooporders die tijdens de opzegtermijn waren gerealiseerd.
Partijen voerden cassatieberoep tegen de wijze van schadeberekening en het oordeel van het hof over de bindende eindbeslissing. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht was uitgegaan van een commissie van 15% en dat het hof zonder zwaarwegende gronden niet mocht terugkomen op een bindende eindbeslissing. Daarnaast werd besproken of er tijdens de opzegtermijn een verkoop van een machine had plaatsgevonden binnen het exclusieve distributiegebied, waarbij het hof concludeerde dat dit het geval was.
De Hoge Raad verwierp de cassatieberoepen van beide partijen, bevestigde het oordeel van het hof over de schadeberekening en het bindende karakter van de eindbeslissing, en gaf aan dat de procedure kan worden voortgezet op de door het hof aangewezen wijze.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp de cassatieberoepen en bevestigde de schadevergoeding op basis van een redelijke commissie van 15% over verkooporders tijdens de opzegtermijn.