ECLI:NL:PHR:2009:BG6443
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arbitraal vonnis wegens ontbreken geldige arbitrageovereenkomst
In deze zaak stond centraal de vraag of een arbitraal vonnis vernietigd kon worden wegens het ontbreken van een geldige arbitrageovereenkomst. De eiseres had een koopovereenkomst gesloten via bemiddeling van SBC, waarbij het reglement van SBC met een verwijzing naar arbitrage van toepassing was. Verweerder Ruwa betwistte het bestaan van de koopovereenkomst en daarmee ook de arbitrageovereenkomst.
De rechtbank wees de vordering van Ruwa tot vernietiging af omdat nieuwe gronden voor onbevoegdheid niet in de vernietigingsprocedure mochten worden ingebracht. Het hof oordeelde anders en stelde dat Ruwa ook nieuwe argumenten mocht aanvoeren, waaronder dat het koopbriefje geen geldige verwijzing naar arbitrage bevatte. Het hof vernietigde het arbitraal vonnis op die grond.
De Hoge Raad bevestigde dat het beroep op onbevoegdheid van arbiters niet vervalt als het tijdig en voor alle weren is gedaan, ook als nieuwe gronden later worden aangevoerd. Een strikte beperking van het aandragen van nieuwe argumenten zou de toegang tot de rechter en een volledige beoordeling van het geschil onredelijk beperken. De Hoge Raad verwierp de cassatie en bevestigde het oordeel van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de vernietiging van het arbitraal vonnis wegens het ontbreken van een geldige arbitrageovereenkomst.