ECLI:NL:PHR:2009:BG6537
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens niet in mindering brengen voorarrest en overschrijding redelijke termijn
In deze zaak is verzoeker door het hof te Amsterdam veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van meermalige oplichting. Het hof stelde vast dat verzoeker met valse namen en valse betalingsmededelingen het bedrijf [A] had bewogen tot levering van chocoladeletters, waarna het bedrijf [B] BV met de goederen vertrok zonder te betalen.
Verzoeker stelde in cassatie meerdere middelen voor, waaronder dat het hof ten onrechte geen rekening had gehouden met de tijd die hij in verzekering was gesteld voorafgaand aan de uitspraak, zoals voorgeschreven in art. 27, eerste lid, Sr. Daarnaast werd geklaagd over de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof inderdaad had nagelaten de tijd van inverzekeringstelling van drie dagen in mindering te brengen op de straf en dat de redelijke termijn in cassatie was overschreden. Deze middelen werden gegrond verklaard, wat leidde tot vermindering van de straf. De overige middelen werden verworpen. De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de strafduur en bepaalde dat de straf verminderd moest worden en de tijd in verzekering in mindering gebracht.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd en de tijd in verzekering wordt in mindering gebracht.