ECLI:NL:PHR:2009:BG7409
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid infrastructuuronteigening en dagvaarding vennoten VOF
Deze zaak betreft een infrastructuuronteigening op grond van artikel 72a van de Onteigeningswet voor de aanleg van de Zuidtak van de Zuidtangent in de gemeente Haarlemmermeer. Het geschil richt zich op vier hoofdpunten: wie moet worden gedagvaard bij onteigening van een perceel verkregen ten behoeve van een vennootschap onder firma, de noodzaak van onteigening van een werkstrook, de pogingen tot minnelijke verwerving, en de planologische grondslag van de onteigening.
De Hoge Raad bevestigt dat de vennoten van de vennootschap onder firma als eigenaren moeten worden gedagvaard, aangezien de vennootschap onder firma geen rechtspersoonlijkheid bezit en het perceel juridisch toebehoort aan de vennoten gezamenlijk. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de dagvaarding aan de vennoten is gericht en niet aan de vennootschap.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de onteigening van de werkstrook rechtmatig is, ondanks dat deze slechts tijdelijk nodig is voor de uitvoering van werkzaamheden. De onteigeningsrechter toetst slechts marginaal of het bestuursorgaan in redelijkheid tot het besluit tot onteigening heeft kunnen komen, en niet de noodzaak zelf. De pogingen tot minnelijke verwerving zijn voldoende geweest, ondanks dat de onderhandelingen niet tot overeenstemming hebben geleid.
Ten slotte bevestigt de Hoge Raad dat voor een infrastructuuronteigening niet vereist is dat het planologisch regime onherroepelijk is vastgesteld, maar dat voldoende zekerheid over de planologische inpassing moet bestaan. De rechtbank heeft dit juist beoordeeld en het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het vonnis van de rechtbank wordt bevestigd.